In 1597 sloeg Prins Maurits bij het dorpje Beuningen, een legerkamp op om het Spaanse leger, dat in Oldenzaal gelegerd was, te verslaan. Op 15 oktober 1597 werd Oldenzaal na vier dagen strijd ingenomen.
Ondanks dat het Rooms Katholieke geloof hier zeer sterk aanwezig was heeft de toenmalige classis Deventer de zaak uitzonderlijk snel ter hand genomen om de kerkelijke macht in handen te krijgen. Ofschoon er maar 2 protestantse mensen in Oldenzaal van “den suiveren leer” aanwezig waren, werd direct dominee Vogelensangk uit Zwartsluis in Oldenzaal tot predikant benoemd. En ook werd de Plechelmuskerk aan deze protestanten gegeven voor het houden van hun kerkdiensten.
Gelukkig was Maurits toleranter dan de kerkelijke bestuurders en op zijn bevel gebruikte beide kerken gedeeltelijk dezelfde kerk. Het middenschip was van de protestanten en het koor van de R.K. gemeenschap. De toren werd gemeentelijk eigendom, wat deze nu nog steeds is.
In 1665 komt Bisschop van Galen naar Oldenzaal. Zijn bijnaam was: “Bomm’n Beer’nd” wegens de vele oorlogen die hij voerde. Oldenzaal werd weer beschoten en de predikanten vluchten weg. De katholieken kregen hun eigen kerk weer terug.
Deze “bezetting” duurde niet lang. Na een klein jaar werd de Plechelmuskerk ingewijd en de Rooms Katholieke kerkelijke gemeente gaf geld voor herstel van parochie en kerk. Maar na twee jaar kwam de kerk weer in Gereformeerde / Protestantse handen. De bisschop was verslagen en men besliste dat de katholieken wel ter kerke mochten gaan in gewone huizen, maar beslist niet in de Plechelmus.
In 1802 komt een nieuwe predikant in Oldenzaal, dominee Johan Palthe. Deze heeft veel voor de protestantse kerk betekend. Hij had 8 kinderen en daarmee later door huwelijken ook de oude namen die in Oldenzaal wel bekend zijn. Wulften, Landreben, Michgorius en Stork-Potken.
Een kleindochter van ds. Palthe was Gulia of Guulke Palthe. Zij heeft veel voor de kerk gedaan en tijdens haar leven veel weggegeven o.a. een schenking voor de Joodse begraafplaats. Na haar overlijden kreeg de kerk van haar een grote donatie, de kerk werd aangewezen als “enige en universeel erfgenaam”.
In 1809 komt de scheiding tussen kerk en staat. De Franse koning Lodewijk Napoleon verdeelde de kerken naar het aantal gelovigen ter plekke. Hierdoor kreeg de grootste kerkgemeenschap de plaatselijke kerk toegewezen.
Uiteraard werd er door de protestanten alhier fel tegen geprotesteerd maar de Plechelmus werd in 1809 teruggegeven aan de Rooms Katholieke kerk.
De protestantse gemeente kreeg van koning Lodewijk 7770 gulden voor een nieuwe kerk en niet de 15000 gulden die men vroeg. Uiteindelijk kan de nieuwe kerk gebouwd worden.
De eerste steen werd gelegd 26 juli 1809 en de kosten voor deze steenlegging waren, “3 kannen jenever, boter, wijn en 2 pak toeback”, welke door de kerkenraad werd aangeboden. Een noodorgel werd geschonken door een in Amsterdam wonende zuster van mr.Racer.
Op oudejaarsdag 1809, na 176 jaar daar gekerkt te hebben, waren de protestanten voor het laatst in de Plechelmus en 3 weken later werd de nieuwe kerk, de z.g. Waterstaatskerk in gebruik genomen.
In de Hofkerk hangt nog altijd de mooie koperen kroon. Deze heeft men meegenomen uit de Plechelmuskerk.
De kleine protestantse gemeente en de rijke fabrikanten families Gelderman, Palthe en Stork hebben veel geld gegeven om de Waterstaatskerk in stand te houden.
Toen de Waterstaatskerk 90 jaar oud was, kwamen de eerste grote reparaties. Er moesten nieuwe ramen en gasverwarming komen.
Maar de oude kerk werd toch een probleem, er moest iets gebeuren, ook omdat er te weinig zitplaatsen waren. Men stelde voor om voor 45000 gulden de kerk te verbouwen en te vergroten met 600 zitplaatsen.
Men koos echter voor nieuwbouw en de oude kerk ging, na 125 jaar trouwe dienst, in 1933 tegen de vlakte. Er is helaas weinig bewaard gebleven van deze kerk. De preekstoel ging naar Okkenbroek en een paar andere dingen zoals het Engelenklokje staan in het Palthe museum.
In oktober 1934, werd de nieuwe Hervormde kerk in gebruik genomen, ontworpen door architect Winters.
De kerk zelf is prachtig gebouwd, zonder pilaren en voor die tijd heel bijzonder, met aan de binnenzijde Limburgse handgevormde zandsteen. Het metselwerk alleen al is heel mooi om te zien. De zijramen zijn van antiek gekleurd glas in lood en het grote raam achter u is ook een ontwerp van deze architect.
Het stelt voor de symbolische vorm van de aarde, omwonden door een slang, dragende de wetstafelen, waarboven het kruis zich verheft en een vogel als zinnebeeld van de opstanding, terwijl de stralenbundel het licht van de goddelijke waarheid voorstelt.
De kerk is gebouwd door de firma Groothengel uit Borne. De kerk wordt nu multifunctioneel gebruikt. Naast de zondagdienst, worden er o.a. regelmatig uitvoeringen in de kerk gegeven.
In 1993 kreeg de kerk de naam Hofkerk.
In 1994,1995 is de kerk van binnen verbouwd. Ook in 2024 is de kerk van binnen verbouwd, zodat het gebouw beter kan voldoen aan het multifunctionele gebruik.
Voor meer informatie:
“Het afgescheurde kleed” van ds. H.A.Hauer.
“Een kerk aan de Paradijsstraat” van Wim Timmers.